Terug naar overzicht
Meer weten over onze nieuwe Cybersecurity-as-a-Service dienstverlening? CaaS

Cybersecuritytrends in het onderwijs: wie heeft de regie?

Kleine digitale verstoringen kunnen in het onderwijs grote impact hebben. Niet alleen op systemen, maar op rust, planning en vertrouwen. In een sector die steeds sterker leunt op cloudapplicaties en digitale processen, groeit cybersecurity daarom uit tot een randvoorwaarde voor continuïteit in het onderwijs. In deze blog kijken we naar vijf belangrijke cybersecuritytrends in het basis- en voortgezet onderwijs.

1. De mens en organisatie als grote kwetsbaarheid

Als het over cybersecurity gaat, denken we al snel aan techniek: firewalls, updates en beveiligingssoftware. Toch laten praktijkervaringen en recente onderzoeken steeds hetzelfde zien: niet de technologie, maar de organisatie zelf is vaak de meest kwetsbare schakel. In het onderwijs komt dat extra scherp naar voren.

Scholen werken met veel verschillende rollen, wisselende bezetting en een hoge werkdruk. Leraren, ondersteunend personeel en schoolleiding gebruiken dagelijks tientallen applicaties, vaak op verschillende apparaten en locaties. In die dynamiek is het onrealistisch om te verwachten dat iedereen altijd feilloos veilig handelt. Een onoplettend moment, een geloofwaardige phishingmail of een verkeerd ingesteld account is vaak genoeg om een aanval mogelijk te maken.

Daar komt bij dat IT-capaciteit in het po en vo meestal beperkt is. Eén of twee beheerders dragen verantwoordelijkheid voor een groeiend landschap aan systemen, leveranciers en gebruikers. Cybersecurity wordt daardoor noodgedwongen reactief: pas als er iets misgaat, komt het onderwerp echt op tafel. Niet omdat scholen het niet belangrijk vinden, maar omdat tijd, expertise en overzicht ontbreken.

Digitale veiligheid is niet te fixen met alleen betere tools of extra regels. Het vraagt om heldere afspraken, slimme automatisering en ondersteuning van mensen in plaats van extra druk. Scholen die hierin stappen zetten, verleggen de focus van foutloos gedrag naar een organisatie die fouten kan opvangen.

2. Afhankelijkheid van leveranciers vraagt om ketenbewustzijn

Digitalisering heeft het onderwijs niet alleen afhankelijk gemaakt van technologie, maar ook van een groeiend aantal leveranciers. Scholen werken met leeromgevingen, toetsapplicaties, communicatietools, beheersoftware en cloudplatformen die onderling sterk met elkaar verweven zijn. Wat ooit losse oplossingen waren, is uitgegroeid tot één digitale keten, waarin elke schakel invloed heeft op de beschikbaarheid en veiligheid van het geheel.

Die afhankelijkheid is in de dagelijkse praktijk vaak onzichtbaar. Systemen werken, data is beschikbaar en processen lopen door. Maar juist daardoor ontstaat het risico dat scholen het overzicht verliezen. Welke leverancier heeft toegang tot welke gegevens? Wat gebeurt er als een dienst tijdelijk uitvalt, wordt overgenomen of zijn voorwaarden aanpast? En wie is verantwoordelijk als een incident niet bij de school zelf, maar bij een partner ontstaat?

Cybersecurity verschuift hierdoor van een interne aangelegenheid naar een ketenvraagstuk. Zonder duidelijke afspraken en inzicht kan een probleem bij één partij doorwerken in meerdere scholen tegelijk. Dat maakt scholen kwetsbaar voor verstoringen waar ze zelf nauwelijks grip op hebben.

Dit vraagt om bewust leveranciersmanagement. Weten met wie je samenwerkt, welke afhankelijkheden acceptabel zijn en waar je alternatieven of afspraken nodig hebt. Scholen die hierin investeren, vergroten hun voorspelbaarheid en verminderen verrassingen. Een belangrijke stap richting digitale rust.

3. Geopolitiek en cloud maken digitale soevereiniteit concreet

Waar leveranciersafhankelijkheid vooral voelbaar is in de dagelijkse praktijk, speelt digitale soevereiniteit zich af op een strategischer niveau. Veel cloudplatformen die in het onderwijs worden gebruikt, opereren wereldwijd en vallen onder wet- en regelgeving buiten Europa. Daarmee raken geopolitieke ontwikkelingen steeds directer aan de digitale veiligheid van scholen.

Wetgeving zoals de Amerikaanse Cloud Act, internationale spanningen en veranderende handelsverhoudingen roepen vragen op over data, zeggenschap en transparantie. Niet omdat scholen morgen hun data kwijtraken, maar omdat onduidelijkheid op de lange termijn een risico vormt. Wie kan in theorie toegang afdwingen? Welke regels gelden bij conflicten tussen wetgevingen? En hoeveel invloed heeft een school nog als omstandigheden veranderen?

Het Cloudwise-rapport over digitale soevereiniteit laat zien dat scholen deze vragen herkennen, maar moeite hebben om ze te vertalen naar concrete keuzes. Soevereiniteit wordt vaak gezien als een abstract of politiek onderwerp, terwijl het in de praktijk gaat over risicobewustzijn en keuzevrijheid. Niet alles zelf willen doen, maar weten waar je afhankelijk bent en waarom.

Dit maakt duidelijk dat cybersecurity verder gaat dan bescherming tegen aanvallen. Het gaat ook over het beschermen van publieke waarden in een digitale context die steeds internationaler wordt. Scholen die dit onderwerp agenderen op bestuursniveau, creëren ruimte om technologie bewust in te zetten, zonder zich vast te zetten in onomkeerbare afhankelijkheden.

4. AI en automatisering veranderen het speelveld

Leerlingen gebruiken AI-tools om te leren en te creëren, terwijl medewerkers experimenteren met slimme assistenten, adaptieve leermiddelen en de automatisering van administratieve processen. Die ontwikkeling is niet te stoppen en dat hoeft ook niet. AI biedt scholen duidelijke kansen om werkdruk te verlagen en onderwijs te verrijken. Tegelijkertijd vergroot deze ontwikkeling het digitale aanvalsoppervlak van scholen en vraagt ze om bewuste keuzes in hoe technologie wordt ingezet.

Aanvallers maken namelijk steeds vaker gebruik van AI om hun aanvallen overtuigender en effectiever te maken. Phishingmails zijn nauwelijks nog te onderscheiden van echte communicatie, deepfakes worden ingezet om vertrouwen te misbruiken en aanvallen kunnen grotendeels geautomatiseerd plaatsvinden. Wat vroeger een slecht geschreven mail was, is nu een geloofwaardig bericht dat perfect aansluit bij de context van een school, een bestuurder of een lopend project.

Voor scholen betekent dit dat traditionele signalen van verdacht gedrag minder betrouwbaar worden. Een e-mail kan legitiem ogen, de afzender kan vertrouwd lijken en de timing kan precies kloppen. Daarmee neemt de druk op medewerkers toe, terwijl zij werken in een omgeving waarin snelheid, bereikbaarheid en onderwijscontinuïteit centraal staan. De menselijke factor blijft cruciaal, maar wordt door AI zwaarder belast dan ooit.

Tegelijkertijd speelt AI zich niet alleen af aan de kant van medewerkers. Ook leerlingen maken er al volop gebruik van, vaak buiten de officiële kaders en soms onder de minimumleeftijd. Dat gebruik is niet eenvoudig te voorkomen en past bij een samenleving waarin AI steeds normaler wordt. Maar het brengt wel nieuwe risico’s met zich mee, bijvoorbeeld wanneer leerlingen persoonsgegevens, schoolaccounts of vertrouwelijke informatie delen met externe AI-tools.

Daarnaast roept de inzet van AI binnen scholen fundamentele vragen op over data en verantwoordelijkheid. Welke gegevens gebruik je voor AI-toepassingen? Waar worden die verwerkt? En wie is aanspreekbaar als een systeem onjuiste of ongewenste beslissingen neemt? Zonder duidelijke kaders en toezicht kunnen goedbedoelde innovaties onbedoeld leiden tot datalekken, ondoorzichtige datastromen of nieuwe afhankelijkheden.

Deze trend laat zien dat AI geen puur technisch of didactisch onderwerp is, maar een integrale uitdaging waarin cybersecurity, privacy en digitale geletterdheid samenkomen. Scholen die AI bewust begeleiden, bereiden hun organisatie en hun leerlingen beter voor op een digitale toekomst waarin technologie steeds slimmer en invloedrijker wordt.

5. Van spaghetti naar lasagne

Veel scholen hebben hun digitale veiligheid in de afgelopen jaren opgebouwd als een bord spaghetti: losse oplossingen, extra maatregelen en tijdelijke fixes die op elkaar zijn gestapeld. Het werkt, maar het overzicht ontbreekt. Structurele digitale weerbaarheid vraagt om iets anders: een lasagne, met duidelijke lagen, samenhang en regie.

De realiteit is dat dreigingen continu veranderen, terwijl schoolorganisaties juist behoefte hebben aan voorspelbaarheid en continuïteit. Losse oplossingen bieden die rust niet. Ze vragen steeds opnieuw aandacht, onderhoud en besluitvorming, terwijl overzicht ontbreekt. Dat maakt scholen kwetsbaar.

Structurele digitale weerbaarheid vraagt daarom om een andere benadering. Niet: welke tool missen we nog? maar: hebben we inzicht, regie en veerkracht georganiseerd? Dat betekent dat techniek, processen en mensen op elkaar aansluiten. Dat er vooraf is nagedacht over scenario’s, verantwoordelijkheden en herstel, in plaats van alleen over preventie.

Voor het po en vo is dit extra relevant. Onderwijsinstellingen hebben te maken met beperkte middelen, wisselende personeelsbezetting en een publieke opdracht. Digitale veiligheid moet daarom schaalbaar, beheersbaar en uitlegbaar zijn. Niet afhankelijk van één specialist of tijdelijke projectstructuur, maar ingebed in de organisatie.

Scholen die investeren in structurele weerbaarheid verschuiven van reageren naar voorbereiden. Ze weten waar hun grootste risico’s liggen, welke keuzes bewust zijn gemaakt en waar ondersteuning nodig is. Dat geeft niet alleen meer veiligheid, maar ook meer ruimte om digitale innovatie verantwoord door te zetten.

Wat betekenen deze trends concreet voor scholen in po en vo?

Als je de trends naast elkaar legt, ontstaat een helder beeld. Cybersecurity in het onderwijs gaat niet alleen over het voorkomen van incidenten. Het gaat over grip houden in een steeds complexere digitale werkelijkheid. Over weten waar je afhankelijkheden zitten, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe je als school kunt blijven focussen op goed onderwijs, ook als er iets misgaat.

Voor scholen in het po en vo betekent dit dat digitale veiligheid raakt aan dagelijkse keuzes: hoe je omgaat met accounts en rechten, hoe bewust medewerkers zijn van digitale risico’s, hoe je leveranciers selecteert en hoe je nieuwe technologieën zoals AI inzet. Scholen die hier geen samenhang in aanbrengen, lopen het risico dat losse maatregelen extra complexiteit toevoegen.

Tegelijkertijd hoeft dit geen onoverzichtelijk of zwaar traject te zijn. Juist door duidelijke keuzes te maken, ontstaat er rust:

  • wat doen we zelf,
  • wat organiseren we samen,
  • en waar zoeken we ondersteuning.

Niet alles hoeft perfect, zolang er maar bewustwording, overzicht en een duidelijke koers is.

Cybersecurity-as-a-Service (CaaS)

Scholen hebben zelden een fulltime team van cybersecurity-experts in dienst. De IT-coördinator heeft het al druk genoeg met het dagelijkse beheer, gebruikerssupport en onderhoud. Met onze slimme dienstverlening koppelen we de de 'slimme conciërge' (de EDR-software) aan alle relevante endpoints (werkplekken, Servers, M365 en Google Workspace, enz.) voor jouw school en houden Cloudwise en Sophos dit 24/7 voor jou in de gaten.

Lees meer over CaaS

Lees meer over dit onderwerp:

6 november Blogs

Hoe Identity & Access Management scholen helpt te voldoen aan de AVG en het Normenkader IBP

Leerplatforms, leerlingvolgsystemen, HR-applicaties, cloudopslag, mail, AI-tools. Al deze applicaties hebben hun eigen gebruikers, rollen en rechten. Maar hoe houd je als bestuur zicht op wie toegang heeft tot wat? En hoe borg je dat deze toegang past binnen de eisen van de AVG en het Normenkader IBP?

Bericht lezen

Wist u dat uw browser verouderd is?

Om de best mogelijke gebruikerservaring van onze website te krijgen raden wij u aan om uw browser te upgraden naar een nieuwere versie of een andere browser. Klik op de upgrade button om naar de download pagina te gaan.

Upgrade hier uw browser
Ga verder op eigen risico